Achtbanen? niet lollig.

Ik houd niet van achtbanen.
Als kind vond ik het al helemaal niks.
Een pretpark, hartstikke leuk, er is zat te doen. Maar al die achtbanen sloeg ik over.
Ten eerste gingen ze me veel te snel en ten tweede dacht men ook nog eens dat het leuk was om over de kop te gaan. Leek mij niks.
Als ik met school of met vrienden bij een pretpark was, we woonden op ongeveer een uur van de Efteling vandaan, stond ik vaak te wachten; mijn vrienden wilden natuurlijk wél in de achtbaan. Mij kregen ze niet mee. “nee hoor,” zei ik dan “ik wacht wel tot jullie er weer uit zijn.” En dat deed ik. Dus ik stond veel te wachten. Vond ik niet heel erg hoor. Beter dan in zo’n achtbaan zitten en er niet uitkunnen.

De achtbanen die niet over de kop gingen heb ik wel uitgeprobeerd. Ik was denk ik 12 toen ik dat deed. Gewoon eens uitproberen. Je moet per slot van rekening toch wel enig idee hebben van waar je Nee tegen zegt he. Ik vond het wel leuk. Maar nou ook weer niet zó leuk dat ik nog eens wilde. Dus die achtbanen die over de kop gingen liet ik maar voor wat ze waren. En de gewone achtbaan had ik nu een keer gedaan, dat hoefde ook niet nog eens.

Uiteraard werd er wel druk uitgeoefend vanuit mijn vrienden om het tóch weer eens uit te proberen. En dan liefst eentje die over de kop ging. Mijn antwoord dat ik de gewone achtbaan al niet lollig vond, dus geen reden zag om te denken dat het met de “over de kop”-variant anders zou zijn, was meestal genoeg.

Toch kwam het moment dat ik ‘om’ ging. Ik was inmiddels 19. Ik was in een stuiterbui en toen mijn vrienden zeiden dat het toch echt heel anders en vooral veel leuker is als de achtbaan wél over de kop ging, dacht ik “weet je wat, ik probeer het”. Eens moet de eerste keer zijn, toch?

De reden dat ik niet van achtbanen, welke variant dan ook, houd, is samen te vatten in één woord; adrenaline. Ben ik nooit goed mee geweest. Dat stofje dat er niet alleen voor zorgt dat je ineens hyperalert bent, maar dat er ook voor zorgt dat je een metaalachtige smaak in je mond krijgt en dat er voor zorgt dat iedere vezel van je hele lijf AAN staat. Niet aan maar AAN. Houd ik niet van. Past niet bij mij.
Maar goed, daar gingen we. De hele tijd in de rij (nog 30 minuten wachten, waarom sta ik hier?) vroeg ik mij af waar mijn verstand gebleven was (nog 15 minuten, kan ik er nog uit?) en of het aan me te zien was dat ik blijkbaar mijzelf niet was vandaag (nog 5 minuten, ga ik dit echt doen?!)

Uiteraard ging ik wel. Tegen de tijd dat het karretje in beweging kwam, had ik serieuze twijfels aan mijn eigen geestelijke gezondheid; deed ik dit echt? Zat ik hier echt vastgeklonken in een karretje dat dadelijk met achterlijke snelheid naar beneden ging zoeven om daarna ook nog even een looping of twee te maken? Nee toch zeker? Jawel dus.

Toch moest ik na de loopings toegeven dat het me meegevallen was. De loopings. Niet die drop. Dat recht naar beneden kijken naar waar het karretje dalijk met mij erin naar beneden zou storten, dat beviel me niets. Helemaal niets.
Achteraf bezien is die dag meteen de laatste geweest dat ik ooit in een achtbaan heb gezeten.
Been there. Done That. Moving on.

Vandaag moest ik terugdenken aan die wachttijd tot aan het moment dat we aan de beurt waren, en de onvergetelijke rit die ik daarna gemaakt heb.
Emotioneel gezien zat ik er weer in vandaag, in dat karretje.
Alleen nu bestonden de rails niet uit ijzer en verbindingsstukken, maar uit nieuwsberichten rondom mijn vakgroep en de lockdown.
Ik neem je even mee naar maandagavond; Het land gaat in lockdown. De rollercoasterrit begint met een onverwachte diepe duik die ik niet aan zag komen. Woesj!! Dinsdag kwam en ging als een dag die ik het beste kan beschrijven als het proberen mijn hersenen er omheen te vouwen dat ik ineens langdurig geen cliënten mag behandelen. De achtbaan ging met een scherpe bocht naar rechts, en later op de dag naar links en tegen de avond begon de klim naar boven. Eindpunt in zicht?

Nou nee.
Vanochtend was het eerste nieuws dat ik onder ogen kreeg, het bericht dat zo’n beetje alle beroepsverenigingen in overleg zijn met de overheid. Want het is een beetje bijzonder dat je van deze beroepsgroep vraagt dat ze aan medische basiskennis en nog een stel andere eisen voldoen, maar ze vervolgens niet open laat zijn in deze tijd waarin ook wij keihard nodig zijn. Woei!!! (karretje komt in beweging). Op zoek naar informatie van mijn eigen beroepsorganisatie! Niet te vinden (karretje snelt het eerste stukje naar beneden, neemt een kleine bocht). Maar wel bericht van een andere beroepsorganisatie met dezelfde soort beroepen; “we hebben telefonisch bericht dat we open mogen! Jahoe!!! (karretje snelt in volle vaart naar beneden, maakt een schroef en raast verder).

Nadat ik mijn oorspronkelijke cliënten van vandaag ingelicht heb en gevraagd of ze alsnog willen komen (ja graag), ga ik aan de slag. Heerlijk! (Een karretje op snelheid recht vooruit is best leuk). Na mijn werk krijg ik een appje.
“Heb je je mail al gelezen?”
Mijn eigen beroepsvereniging maakt in die mail korte metten met de berichten op basis waarvan ik aan het werk was vandaag. Sluiten. Nu. (Karretje staat abrupt stil). Zucht.
Ik licht mijn cliënten voor morgen en overmorgen in: “Sorry ik doe mijn best maar nu zeggen ze weer dat het niet mag.” (Karretje begint weer te klimmen, blijkbaar was de rit nog niet voorbij).
Tegen de tijd dat ik klaar ben met overleg met deze en gene over wat er nu precies aan de hand is, wie er wat zegt en waarom ik nu toch dicht moet, volgt het laatste bericht in de rij.

Ik geloof dat op dat moment mijn karretje van de rails ging.

Het bericht luidt als volgt;
“wij hebben telefonisch de bevestiging dat iedereen die vergoed wordt door de zorgverzekeraars aan de slag mag, MAAR het mag pas écht als het op www.rijksoverheid.nl staat. Tot die tijd moet je sluiten.”
(Mijn karretje is ontspoord).

Snap je nu waarom ik niet van achtbanen houd?
Ik stel voor dat jij als lezer even meehelpt door de website van rijksoverheid.nl in de gaten te houden. Dan maak ik, zodra het weer kan, graag een afspraak met je. Voor nu ga ik maar eens even bij zitten komen van mijn adrenaline-rit. Ben ik blij dat ik iets van olietjes weet…

Hoe is het met jou?

Hoe gaat het met jou?

– O goed hoor.
– Echt? Want je ziet een beetje… pips?
– Nee alles gaat goed, heus.
– Serieus? Met mij kon het namelijk best wat beter.

Mijn gezin, familie en vrienden zijn gezond/ zo gezond als mogelijk en zakelijk gezien gaat het best lekker, ondanks maatregelen.

Toch, eerlijk gezegd, heb ik het best heel zwaar met alles wat er momenteel gebeurt. Daar doet alles wat er goed gaat niets aan af.

Zowel alles rondom het virus als, in het verlengde daarvan, de manier waarop mensen onderling verharden, er geen ruimte lijkt voor de meningen, gevoelens en visie van anderen.

Dus hoe gaat het met jou?
Heb je last van de economische, sociale en andere onzekerheid? Of mis je het om je vrienden en familie te kunnen knuffelen?

Ik mis de vanzelfsprekendheid van contact, afspreken voor een hapje en een drankje, een knuffel bij de begroeting.
Ik mis de vanzelfsprekendheid om te kunnen gaan en staan waar ik wil.
Ik mis de vanzelfsprekendheid van het leven.

En jij? Hoe gaat het met jou?

Wat eerst zo’n simpele, meer begroeting dan vraag was, is nu een vraag met een lading.

Wees niet verbaasd als er een hoop verdriet loskomt als je de vraag echt stelt. Als je wacht op, en luistert naar, het antwoord.

Hoe gaat het met jou?
In mijn praktijk leidt deze vraag -waarmee ik altijd start- steeds vaker tot een lang gesprek en het naar boven drijven van pijn en verdriet.

Ik ben en heb geen wondermiddel. En dat is ook niet nodig.

Tijdens de behandeling komt het verdriet bovendrijven, rechtstreeks of via mij. Daar praten we over na. Op deze manier ontstaat er bewustwording.

Bewustwording is de sleutel naar verbetering van de situatie.

Mijn verzoek aan jou is: ga de komende wintermaanden extra bewust om met vraag en antwoord: Stel de vraag. Luister naar het antwoord. Geef ruimte aan gevoel.

Laten we hier samen doorheen komen, ongeacht of we het altijd met elkaar eens zijn.

Hoe gaat het met jou?

#doeslief #hoegaathetmetjou

Ik dacht dat ze gek geworden was…

De eerste keer dat ik geconfronteerd werd met een wolf met twee verschillende kleuren ogen, ging ik eens goed zitten voor het verhaal. Op de een of andere manier hadden mijn hersens er direct een Spiritueel Verhaal van gemaakt.

Er waren nog geen twee zinnen uitgesproken en ik wist het al zeker; ik ging genieten van een Meant To Be verhaal. Zo eentje waarbij er niets vervelends gebeurt en je alleen maar zoetsappig luistert en aan het einde heel tevreden knikt;’ ja. Want zo’n ervaring wil ik ook.’ Met een spirit animal.

Maar dan, voor ik het weet, gaat het verhaal zomaar, van het ene op het andere moment, van de rails af.

Zat ik net nog heerlijk ontspannen te wachten op mooie woorden over spiritueel correcte geweldige ervaringen, gaat het verhaal nu ineens over gevaar! En niet de lieve ‘het komt zo wel weer goed’-variant, nee, Echt Gevaar, waaraan je in een fractie van een seconde je leven verliest. Over. Klaar. Daaag.

Terwijl ik totaal in shock mijn handen uitsteek om de laatste flarden van dat ydillische beeld van die spirit animal vast te houden, zoekt de hoofdpersoon in het verhaal Doelbewust Het Gevaar Op. Loopt er recht op af. Heeft alle mogelijkheid om weg te lopen maar nee, ze stapt doelbewust recht op het gevaar af. In mijn hoofd ontstaat paniek. Ik schreeuw haar zonder woorden toe: Ben je gek geworden ofzo?! Dat doe je toch niet?! Sta stil! Ren weg voor mijn part maar doe niet zo gevaarlijk. Blijf staan! STA STIL!!!

Nee daar zijn mijn hersens zeer duidelijk in. Als je het nou hebt over fight of flight, zit ik automatisch in freeze.

Niet alleen is er geen haar op mijn hoofd die er aan denkt om zelfs maar in gedáchten achter de hoofdpersoon aan een stap naar voren te doen, nee, ik ben in shock. Wegrennen zit er niet in.

Luisterend hoe de hoofdpersoon van het verhaal voor een Derde Optie kiest in plaats van een van de twee gebaande paden, wordt mij iets duidelijk.

“Do you get it now?” vraagt de wolf en ja, ik begrijp het.

Ook voor mij liggen er meer opties open. Ook als ik ze niet zie. Het is dan alleen wel handig als ik mijn ogen open en eens goed rondkijk of er mogelijk hints zijn over wat ik allemaal voor opties heb.

Sinds die eerste keer dat ik dit verhaal hoorde en er zo door omver werd geblazen, veranderde mijn leven. Ik leerde nieuwe wegen in te slaan en stelde me kwetsbaar op. Ik toonde mezelf aan de wereld als Kenner van de Traditional Chinese Medicine. Als iemand die die moeilijke materie begrijpelijk maakt door er uitleg over te geven. Iemand die dat wat ze zelf geleerd heeft en zo magisch vindt, in magische verhalen gevat heeft om die uitleg te verlevendigen.

Ik leverde me over aan de mening van anderen door die verhalen in sprookjesvorm te gieten en de hoofdpersonen een Draak, een Elf en een Selkie te maken, en een Dwerg en een Centaur.

Ik ging cursussen geven en in die cursussen liet ik nog meer van mijzelf zien. Inclusief verhalen die niet bij de oorspronkelijke magische set horen maar die anekdotisch vertellen over onderwerpen die uit het leven gegrepen zijn. Niet alleen zijn het voorbeelden uit mijn eigen leven, ik gebruik ze om de lastige materie uit de Traditional Chinese Medicine uit te leggen.

En toen kwam vandaag de wolf weer voorbij. Ik was de hele strekking van het verhaal allang vergeten.

Tijdens een nieuwe workshop die ik volg bij iemand die mij keer op keer onverwachte lessen biedt, waarin de lesstof door middel van Spoken Word wordt bekrachtigd, komt de wolf langs. Zo maar ineens.
Ik luister naar het verhaal. Ik herken het moment waarop ik de vorige keer wilde schreeuwen: “Ben je gek geworden?” en houd mijn mond. Ik luister en realiseer me dat er iets veranderd is.

En weer vraagt de wolf: “Do you get it now?” En weer zeg ik met verwondering in mijn stem ‘ja, I get it’. Want weer wordt mij wat duidelijk.

In anderhalf jaar tijd ben ik veranderd van iemand die bevriest als het eng wordt, naar iemand die bij zo’n spannend moment begint te grijnzen.

Weet ik wat ik ga doen? Misschien niet. Misschien ook wel. Het doet er niet toe. Wat er toe doet, is dat ik de uitdaging aan ga. Niet de uitdaging om te vechten of te slaan ofzo. De uitdaging om te Zijn, in volledige energie, van wie ik nu ben en van wie ik Aan het Worden Ben.

Zolang we leven, zijn we niet alleen de leraar voor anderen die minder ervaren zijn op het gebied van onze eigen expertise. We zijn ook de leerling. Er is altijd wat bij te leren, wat nieuws te ontdekken, er kan altijd iets anders te vinden zijn achter de volgende bocht in de weg.

En als dat gebeurt, komt er een grijns op mijn gezicht en zet ik een stap vooruit, op naar de dag van morgen.
In termen van Magisch TCM ben ik van een gewonde Selkie veranderd in een krachtige gezonde Elf. En wat mij betreft, ga ik door, op weg naar de Draak.

Dat is mijn pad. Wat is het jouwe?