Een slechte dag?

Lieve help, wat voel ik me duf. Ik kan nauwelijks uit mijn ogen kijken. Hoofdpijn klopt aan de deur. Ik voel de wallen onder mijn ogen met de minuut groeien.
Dit wordt “zo’n dag”. Zo’n dag waarop je eigenlijk niet kan wachten ie voorbij is. Een slechte dag.

Voor mijn gevoel heb ik nu twee keuzes. Of drie, eigenlijk, maar die derde bestaat uit Geen Keuze Maken. Dat voelt wat onzinnig aan. Ik stel mijn keuze nog even uit.

Inmiddels ben ik het ontbijt voorbij. Mocht ik nog hoop hebben gehad op het overwaaien van mijn slechte start dan is die nu wel vervlogen. Het is Echt een Slechte Dag.

Maakt het eigenlijk uit wat de oorzaak is van mijn slechte dag? Zijn het mijn hormonen, heb ik gisteren teveel gedaan en krijst mijn lijf om rust, maakt het uit?
Bij mij is de directe oorzaak dit keer het feit dat ik om half vier vannacht wakker werd en toen niet meer kon slapen. Gewoon zonder reden. Tot een half uur voor de wekker ging. En vervolgens verrot wakker worden van die wekker…

Dat is ook zoiets. Vroeger kon ik dat prima aan, en nog wel minder slaap ook. Gewoon een nachtje doorhalen. Als ik het de nacht daarna maar bij kon slapen was er geen enkel probleem. Maar nu…

Drie keuzes dus. De ene hheb ik afgeschreven, Geen Keuze Maken. In mijn geval betekent dat: de hele dag hangen en wurgen en stikchagrijnig blijven. Niet alleen word ik daar zelf niet blij van, mijn gezinsleden hebben daar ook flink last van. Aangezien daar niemand beter van wordt, sla ik deze optie maar over.

De andere twee keuzes zijn elkaars tegengestelde.
Aan de ene kant is daar: Toegeven aan de vermoeidheid. Dat betekent terug naar bed, al mijn plannen voor vandaag laten varen en hopen dat ik in de middag goed genoeg in mijn vel zit om alsnog iets op te pakken, maar ook accepteren als dat niet zo blijkt te zijn.

De andere is Doorbikkelen. Schouders eronder, verstand op nul, blik op oneindig. En gaan.

Die laatste klinkt natuurlijk veel stoerder dan toegeven aan de vermoeidheid. Kijk mij eens bikkelen. Ik red het wel.

Maar dan moet dat wel lukken natuurlijk. Soms is dat zo. Dan kies ik op zo’n dag ervoor om gewoon maar door te gaan. Vervolgens duik ik om acht uur ‘s avonds mijn bedje in, voldaan door alles wat ik toch nog bereikt heb. En de dag erna word ik fris en fruitig wakker na een extra lange nacht. Heerlijk!

Helaas werkt het niet altijd zo.

Vanochtend na het ontbijt was ik vast van plan om Door Te Bikkelen.

Ik ben opgestaan, heb ontbeten, werd chagrijnig. Oeps dat gaat de verkeerde kant op. Ging met de hond naar buiten. En zo snel mogelijk weer naar binnen in plaats van een uur te lopen. Ai, waar blijft die bikkel ? Eenmaal weer thuis, gaf mijn hele lijf het op. Trillende spieren, ogen die niet open wilden blijven, een wel heel erg wit gezicht dat mij aankeek in de spiegel.
Maar nee, ik ging Doorbikkelen vandaag! Dus daar ging ik weer, op naar een kop koffie en mijn dagplanning definitief maken.
Toen kwam ik voor een verhelderend probleem te staan. Alles wat ik voor deze hele week op de agenda heb staan, is denkwerk, schrijfwerk en opnemen.

Dat is niet geschikt om op de Doorbikkel-stand uit te voeren. Daar moet je scherp voor zijn, helder en vrolijk.
Toen ik me dat realiseerde, herzag ik mijn strategie voor vandaag . Streep door het woord Doorbikkelen. Terug naar bed. Hopen dat het vanmiddag beter gaat.

En nu is het middag. Ik heb bijgeslapen. Of het echt genoeg was, moet nog blijken. In ieder geval is de hoofdpijn verdwenen en kan ik weer uit mijn ogen kijken. Mijn spieren zijn nog slap. Nadenken lukt nog niet heel erg. Ik voel me wat beter.
Mocht de mist in mijn hoofd voldoende optrekken dan ga ik later vanmiddag alsnog aan de slag met mijn oorspronkelijke plannen. Zo niet dan is er morgen weer een dag.

Voor nu heb ik in ieder geval een blije hond. De wandeling die er vanochtend niet in zat, gaan we nu alsnog maken.

Aangezien spieren en denkkracht allebei bij het element Aarde horen, verwacht ik na de wandeling één van twee uitersten aan te treffen: ik ben fris en helder na de wandeling en kan mijn plannen uit gaan voeren. Of mijn energie is op. In het laatste geval gaat de rest van de dag bestaan uit niets doen. Bijtanken. Ook goed.

In beide geval kan ik straks terugkijken op een dag waar ik uitgehaald heb wat er in zat. Dat voelt goed. Dat is heel wat waard!